Huiskamergesprekken

In een eenvoudige hoek van m’n woonkamer ontvang ik je graag om samen te kijken naar wat je ten diepste bezig houdt. Dat kan van alles zijn, maar wat het ook is, het dringt zich meer en meer op in je dagelijkse leven. Je kunt er niet langer omheen.
Zo’n  existentieel vraagstuk ontstaat waar je jezelf  bevraagt over de zin van je leven. Vaak ontstaat de drang om dit te doen op momenten dat je ‘alles’ in zekere zin ‘mee’ zit.
Deze vragen zijn zeer persoonlijk en worden door je omgeving nog wel eens afgedaan met: “Doe niet zo moeilijk, jij hebt toch zeker niets te klagen, je gaat toch lekker met je studie?”. Of: “Je kunt je hypotheek betalen, je kinderen gaan lekker en je hebt zo’n leuke partner. Wat heb jij nu nog te klagen?”.

Lees verder

De toekomst hangt af van het antwoord dat je geeft op zo’n moment. Niet alleen omdat het nuttig is maar omdat jij het bent die dit antwoord verkiest te geven. Het is alsof je antwoord geeft aan de wereld zonder dat de wereld jou daarom heeft gevraagd. Je ‘vrienden en kennissen’ hebben het niet altijd even makkelijk met je in dit soort gevoelige situaties. Jij hebt het zeker niet makkelijk met jezelf. Eenzaamheid en dagdromen zijn hiervan niet zelden het gevolg.

Ter illustratie

“Ik ben gelukkig getrouwd. We hebben twee kinderen, heel erg leuk, de jongste is nu anderhalf. Daar hebben we bewust voor gekozen. Mijn man werkt ook, 4 dagen per week, want hij wil ook een dag bij de kinderen zijn. We zijn nu allebei 35 en we hebben de boel redelijk voor elkaar. Ik vraag me alleen wel af of de rest van ons leven nou zo verder gaat, of het alleen maar een herhaling van stappen wordt? Of gaat er nou nog iets gebeuren?”
 “Ons bedrijf loopt geweldig goed, de producten verkopen uitstekend, maar eigenlijk doen we zelf niets, we reageren alleen maar op de markt. We hebben de mazzel dat de markt onze spullen wil hebben, dus dat loopt allemaal wel, maar de organisatie zelf doet eigenlijk niets. Wat nu? Moeten we niet eens wat actiever doen?”


"Het is de relatie die heelt"
(Irvin D. Yalom)